DE PRINSENTUIN
De Tachtigjarige Oorlog was in volle gang toen Willem van Oranje in
1581 erfheer werd van Vlissingen. Om ook daar een onderkomen te hebben,
verstrekte hij opdracht een groot huis te laten bouwen. Als locatie
koos hij een braakliggend gebied ten oosten van de stedelijke bebouwing.
De door Philips II gezonden hertog van Alva wilde daar een dwangburcht
(citadel) laten bouwen om enerzijds de Westerschelde te controleren
en anderzijds de opstandige Vlissingers in toom te houden. Diezelfde
opstandelingen dwarsboomden Alva's plannen in 1572. Zij verjoegen de
Spanjaarden waardoor de bouw van de dwangburcht gestopt werd. De stad
bevrijdde zich daarmee van het Spaanse juk, maar liep wel een stuk bijzondere
bebouwing mis in de vorm van een citadel naar Antwerps model. Na 1572
kon de stad zich oostwaarts uitbreiden en al snel ontstond daar een
nieuw stadsdeel met de Palingstraat als hoofdstraat. Ten zuiden ervan,
richting Oranjebolwerk, moest dus het Prinsenhuis verrijzen. Simon Stevin,
die zich ontwikkelde als militair ingenieur en krijgsbouwmeester, werd
aangesteld als bouwmeester wat tot uitdrukking kwam in de architectonische
vormgeving. Bij dit huis werd in de loop van vele jaren een ware lusthof
aangelegd. Oude rekeningen spreken van "het vullen van putten" en "het
effenen van den gront". Ook de aankoop en "leveringe van olmen en lindebomen
tot plantinge ende versieringe" blijft niet onvermeld. Om "de aerde
moldrich te maecken" werd zand aangevoerd. Zelfs werden "de Landtsluijden
onder het resort van Vlissingen gedagvaard om te komen karren voor den
triangel". Dat was een door muren omsloten driehoekig tuingedeelte.
Ook was er sprake van door heggen gescheiden perken "met artoischen
frengiën en espergijs". De lanen waren voorzien van met klimplanten
begroeide bogen. Het vrijwel vierkante gebouw, in natuursteen opgetrokken
rond een binnenplaats, had een sober en zakelijk karakter. Dit werd
nog versterkt doordat aan de zuidgevel een arsenaal verrees: 's Lands
Zeemagazijn. De gevolgen van deze aanbouw bleken zo'n anderhalve eeuw
later desastreus. In 1749 gingen arbeiders enigszins onvoorzichtig met
granaten om waardoor het magazijn in brand raakte en het gehele complex,
inclusief het Prinsenhuis, verwoest werd. De tuin werd na de brand als
moesgrond verpacht en uiteindelijk in 1820 openbaar verkocht. De koper
legde opnieuw een tuin aan en vestigde er een uitspanning die omstreeks
1870 ook weer in een vervallen staat verkeerde. Door 20e eeuwse stadsuitbreidingen
werd het terrein waar eens de prinselijke lusthof lag steeds verder
verkleind.
WILLEM III kazerne - (deWillem3)
Halverwege de 19e eeuw was er in Vlissingen een nijpend tekort om militairen
te kunnen huisvesten. Vlissingen was tenslotte nog steeds een vestingstad
(als vesting opgegeven in 1867) waar veel militairen gelegerd moesten
worden. De gemeente had in die tijd de plicht om deze militairen fatsoenlijk
te huisvesten. Voor dat doel besloot het gemeentebestuur in 1849 een
nieuwe kazerne te bouwen. In 1850 kwam deze kazerne (Willem III) gereed.
Voor de bouw van de kazerne moesten er een aantal vervallen huizen aan
de oostelijke zijde van de Oranjestraat gesloopt worden. Aan weerszijden
van de kazerne bouwde men onderofficierswoningen. In 1860 is het pand
in bruikleen afgestaan aan het rijk. In eerste instantie was de kazerne
gebouwd voor de artillerie, later was het pand bestemd voor de huisvesting
van een bataljon infanterie. Er konden onder gewone omstandigheden 220
onderofficieren en manschappen gelegerd worden. Onder abnormale omstandigheden
waren dat er 385. Aan de achterzijde van het gebouw was een ommuurd
bestraat plein, waar ook enkele bomen stonden. Dit plein of tuin maakte
eertijds deel uit van de Prinsentuin. Deze was gelegen achter en naast
het Prinsenhuis en iets noordoostelijker gelegen van de later gebouwde
Willem III kazerne. (Het Prinsenhuis was zoals eerder beschreven, samen
met 's Lands Arsenaal en de even verderop gelegen Oostkerk in 1749 in
vlammen opgegaan). In het begin van de 20e eeuw kwam er een einde aan
de legering van militairen in de Willem III kazerne.
In januari 1940 verhuurde de gemeente Vlissingen het pand aan Defensie
voor de kazernering van militairen. Het pand is door de oorlog zwaar
beschadigd geweest. Door de legering van mariniers en werklieden van
boven de rivieren, die hielpen bij de wederopbouw van de stad werd prioriteit
gegeven aan het herstel van de Willem III. In 1950 verhuurde de gemeente
het voor een korte periode aan de Stichting Rusthuizen Walcheren als
verzorgingshuis voor ouden van dagen. De afgelopen veertig jaar zijn
er tal van verenigingen gehuisvest geweest. Soms waren er wel 200 mensen
tegelijk in het gebouw aanwezig. Zo is lange tijd in de linkervleugel
de jeugdherberg gehuisvest geweest. Voorbeelden van andere verenigingen
zijn: De Vrije Evangelische vereniging op Gereformeerde Grondslag, De
R.K. vereniging voor Jongens Massa Jeugdwerk te Vlissingen, Accordeonvereniging
'Crescendo', de Christelijke Gymnastiekvereniging 'Oranje Nassau' en
muziekvereniging St. Caecilia. In juni 1983 werd het pand na een grondige
verbouwing feestelijk geopend. Op dat moment maakten de volgende verenigingen
gebruik van het gebouw: Schaakclub Vlissingen, Duivenvereniging 'De
Posthoorn', Wandelsportvereniging 'Willen Is Kunnen', Muziekvereniging
'Accordeola', Zeeverkenners 'De Watergeuzen' en het ontmoetingscentrum
van Surinamers en Antillianen.

Bij de renovatie en ingebruikname van de WILLEM III als kunstcentrum
is de tuin opnieuw ingericht. Het creëren van een aantrekkelijke, overzichtelijke
en functionele tuin met behoud van de aanwezige oude bomen vormde het
uitgangspunt van de herinrichting. Door de omkadering van (deels herstelde)
19e eeuwse tuinmuren en de gevel van de WILLEM III heeft de Prinsentuin
het karakter van een echte stadstuin. Vanaf de tuinpoort aan de Simon
Stevinstraat vormt een strak vormgegeven centraal gelegen pad de entree
naar het gebouw. Samen met de parallel aan de achtergevel geplaatste
taxushagen en de tuinmuren, ontstaat een kader waarbinnen de vrij gegroepeerde
bomen, de natuurlijk groeiende vaste planten en het vrolijk slingerend
vormgegeven kalkzandsteen terras een contrast vormen. Tegen de achtergevel
van de WILLEM III ligt een ruim gedimensioneerd terras van oude gebakken
klinkers. Het grasveld aan weerszijden van het pad biedt ruimte voor
het exposeren van objecten. De naar de tuin gekeerde gevels van de,
uit de Tweede Wereldoorlog daterende bunkers, bieden ook mogelijkheden
om objecten aan te bevestigen. Ook is het mogelijk dat de kunstenaars/bewoners
van de WILLEM III zich laten inspireren tot het realiseren van een specifieke
kunsttoepassing op de gevels. Daarmee kan de negatieve invloed van de
bunkers in een positieve bijdrage worden omgezet. De tuin heeft nu een
semi-openbaar karakter en functioneert als ontmoetings/verblijfsruimte
voor buurtbewoners en bezoekers/gebruikers van de WILLEM III.
Bronnen:
'Register betrekkelijk de Militaire gebouwen enz. te Vlissingen…' (bibli.nr./1987)
Vlissingsche Courant, 16 december 1875, 15 februari 1883, 30 juli 1924
PZC van 28 mei 1983 (blz. 9)
J. den Hoed, "Het Prinsenhuis te Vlissingen" (bibli.nr. 1362)
Archief 1937-1970, inv. Nrs. 3715 en 3752
De Zeeuwse Komedie
Enkele maanden voordat de amateurtoneelgroep De Zeeuwse Komedie op vrijdagavond
26 juli 1968 in het Nederlands Koffiehuis (toen een soort stamlokaal
voor amateurtoneelspelers en journalisten) aan de Markt in Middelburg
werd opgericht, kalkten studenten tijdens de mei-revolte in Parijs,
die later omschreven zou worden als 'de laatste romantische revolutie
in Europa', hun idealen op de muren van de Sorbonne: Soi réaliste. Faîtes
l'impossible (Wees realistisch. Doe het onmogelijke) en L'imagination
au pouvoir (De verbeelding aan de macht). Die tijdgeest heeft de Zeeuwse
Komedie altijd aangekleefd: Realiseer het onmogelijke, op het toneel!
Foto's
(Z/W) uit de verzameling van en met dank aan de Beeldbank
Zeeland van de Zeeuwse Bibliotheek waarin ruim 150.000 afbeeldingen
zijn opgenomen.
Een 'eigen' toneel vond men ruim anderhalf jaar na de oprichting in
de uit 1771 daterende monumentenpanden Bellamypark 3 en 5 in Vlissingen.
De op dat moment leegstaande ruimte kon van de gemeente worden gehuurd
en de toenmalige leden van de Komedie verbouwden de benedenverdieping
tot het Vestzaktheater Edenburg. Dat zou een begrip worden, niet alleen
in Vlissingen, maar tot ver buiten Zeeland. Velen maakten dankbaar gebruik
van de mogelijkheden die deze nieuwe accommodatie bood. Zonder het Vestzaktheater
zou Vlissingen jarenlang verstoken zijn gebleven van podiumkunsten binnen
de eigen grenzen en hadden aankomende acteurs, cabaretiers, zangers
en muzikanten zich nimmer aan het Vlissingse publiek kunnen presenteren.
Dat geldt evenzeer voor gevestigde namen als Caro van Eijk, Peter Faber,
Shireen Strooker, Juliën Schoenaerts, Marjol Flore, Frits Lambrechts,
Moniek Toebosch, Jos Brink, Jules Croiset, Robert Kreis, Gees Linnebank,
Liselore Gerritsen, Paul Haenen, operazangeres Anne Haenen, de internationale
toneelgroep Kiss, toneelgroepen als Fact, Globe, De Appel, Poëzie Hardop,
Hooker, Waste of Time en Splien, klassieke ensembles als Fodor-kwintet,
Miranda-kwartet, Ensemble Kahn en Nederlands Harpensemble en binnen-
en buitenlandse jazz- en folkgroepen. En dat is dan nog maar een kleine
greep uit het enorme aanbod.

Zonder het Vestzaktheater was landelijk hoogstaand amateurtoneel nooit
in Vlissingen voor het voetlicht gebracht. En last but not least, zonder
het Vestzaktheater had de Zeeuwse Komedie zich niet kunnen ontplooien
tot één van de meest smaakmakende en toonaangevende amateurtoneelgezelschappen
in deze provincie. Die conditie werd haar niet in de schoot geworpen,
maar heeft zij zelf gevormd en eigenhandig opgebouwd: het Vestzaktheater
is een produkt, nee, een kind van de Zeeuwse Komedie, dat met liefde
werd gekoesterd en grootgebracht, zo groot, dat het de ouders bijna
ging overvleugelen. Want in een artikel ter gelegenheid van de start
van het Landelijk Amateur Theater Circuit meldde NRC Handelsblad op
8 november 1991 als bijzonderheid: ,,Er zijn amateurgezelschappen, zoals
het Vestzaktheater in Vlissingen, die dertig tot veertig voorstellingen
per jaar geven''. Die aantallen doen de waarheid lichtelijk geweld aan,
maar de mededeling op zich zegt wel iets over de reputatie die het theater
(en dus de Zeeuwse Komedie) zich tot ver over de provinciegrenzen heeft
verworven. Zo lieten leden van een professioneel randstedelijk toneelgezelschapje
zich na afloop van hun voorstelling in het Vestzak lovend uit: ,,We
zouden zo'n theatertje ook wel in Amsterdam willen hebben''.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat het 25-jarig jubileum van de Zeeuwse
Komedie in 1993 werd overschaduwd door de dreigende sluiting van het
Vestzaktheater. Een dreiging uit het ongerijmde, als straf voor een
particulier initiatief, dat in de jaren zeventig de ogen van de Vlissingse
bestuurderen opende en het verlangen deed groeien naar een eigen theater.
Dat verlangen had zich voordien nooit zo gemanifesteerd, het tegengestelde
was eerder het geval: het Concertgebouw, waar het Vlissingsch Schouwspel
nog voorstellingen had gegeven, werd in de jaren zestig het toneel voor
dansavonden en boksgala's. Hotel Britannia staakte de exploitatie op
cultureel terrein van de De Ruyterzaal. De gemeente Vlissingen voelde
zich niet geroepen om in te grijpen. Maar het Vestzaktheater bewees
dat er in de 'werkstad' Vlissingen op bescheiden schaal wel degelijk
behoefte bestond aan cultureel vertier in een knus theatertje. Dat zette
het gemeentebestuur blijkbaar aan het denken.
In 1978 kwamen de eerste plannen op tafel, die in de loop der tijd uitgroeiden
tot ontwerpen voor ambitieuze nieuwbouw, maar uiteindelijk werden teruggeschroefd
naar een verbouwing van het Concertgebouw, dat inmiddels jaren dienst
had gedaan als kapel van de Pinkstergemeente. In de zomer van 1993 gingen
de deuren van het schouwburgje met zo'n 260 zitplaatsen open. Het Vestzaktheater
leek, in de ogen van de gemeentebestuurders, die bovendien terugschrokken
voor de kosten van - door hun eigen nalatigheid ontstaan - achterstallig
onderhoud, na ruim 22 jaar overbodig geworden. Maar zonder het Vestzaktheater
was het Concertgebouw wellicht nooit in oude luister hersteld! Ach,
het zijn maar amateurs, wordt er vaak uit onwetendheid gezegd. Deze
kleinering van het liefhebberstoneel was voor de oprichter van de Zeeuwse
Komedie, Pieter Adriaan de Leeuw, juist een uitdaging. De groep trad
voor het eerst officieel naar buiten met een voorstelling van Shakespeare-fragmenten.
,,Het is een experiment om te zien hoever we als amateurs kunnen komen'',
liet Piet de Leeuw bij die gelegenheid weten, ,,We beginnen dus eigenlijk
met het moeilijkste''. Dat was en is kenmerkend voor de Zeeuwse Komedie.
Altijd werd naar een niveau gestreefd dat voorkwam dat de recensent
zijn pen zou dopen in de vergoelijkende inkt van 'ach, het zijn maar
amateurs'. Na een grondige renovatie zijn, de twee uit 1771 daterende
monumentenpanden "Edenburg", in gebruik genomen door Oceanwide Vlissingen,
een organisatie die als kerntaak heeft de werving van Nederlands personeel
voor het leveren als bemanningen aan boord van schepen in de koopvaardij,
bagger en visserij.
Bronnen:
25 jaar Zeeuwse Komedie, 1993
Recente geschiedenis van De Zeeuwse Komedie en theater Vestzak99
De Zeeuwse Komedie heeft vlak voor de eeuwwisseling haar intrek genomen
in theater Vestzak99, onderdeel van het geheel gerenoveerde kunstencentrum
Willem III.
Persbericht
van Het Koninklijk Huis Mr. Pieter van Vollenhoven
opent woensdag 27 oktober te Vlissingen het kunstcentrum Willem 3. Dit
kunstcentrum is gehuisvest in de voormalige Koning Willem III kazerne.
In het gebouw is nu een aantal culturele instellingen ondergebracht,
zoals de Zeeuwse Komedie Vestzak 99, een theater, de provinciale Stichting
Kunstuitleen, acht studio's en woonunits voor kunstenaars, kantoorruimte
voor de Raad voor Kunst en Cultuur en een galerie. De voormalige kazerne
is voor dit nieuwe gebruik gerenoveerd, waarbij het gebouw zijn monumentale
status heeft behouden. Met onder meer een geldlening van het Nationaal
Restauratiefonds kon dit project gerealiseerd worden. Mr. Pieter van
Vollenhoven is voorzitter van dit fonds.
Bij de oplevering bestond ons gedeelte van het kunstcentrum uit grote
lege ruimtes die door leden en vrijwilligers van de vereniging zijn
omgetoverd tot een gezellig en huiselijk theater met een geheel eigen
uitstraling. Daarmee heeft de vereniging voor amateurtoneel een unieke
basis verworven met een geheel 'eigen' theater voor een nieuwe fase
in haar bestaan. Van (aspirant)leden wordt verwacht dat zij een afgeronde
opleiding bij "de Ambitie" hebben gevolgd, een 2-jarige amateur-theateropleiding
die verzorgd wordt binnen een samenwerking tussen Scoop (Zeeuws instituut
voor Zorg, Welzijn en Cultuur) in Middelburg en het Zeeuws Centrum voor
Amatheurtheater, of gelijkwaardige achtergrond. Verder een actieve instelling
en deelname aan de cursussen i.v.m. sociale hygiëne t.b.v. de foyer,
verenigings en huishoudelijke taken. In het kort geformuleerd; in sociaal
opzicht een aanwinst voor de vereniging te zijn en in potentie hoge
spelkwaliteiten te bezitten. Ook vrijwilligers zijn van heler harte
welkom om mee te werken bij de (bediening van) geluids en lichtinstallatie
en/of in de foyer bij de bediening van onze gasten, de kaartverkoop
en het onderhoud van zowel de theaterzaal, de foyer als alle overige
ruimtes voor zover die tot de verantwoording van de vereniging horen.
Wordt vervolgd